Beginpagina van www.krachtigeplanten.nl

www.krachtigeplanten.nl

boek

 

Botanicum medicinale
A modern herbal of medicinal plants

Catherine Whitlock
Massachusetts Institute of Technology
MIT Press, 2020

100 medicinal plants

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en meer bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Artsenijgewassen
Flora Batava

Krachtigeplanten.nl
A modern herbal: 100 medicinale planten
Massachusetts Institute of Technology

Recensie - Beschrijving, observaties en overwegingen

Botanicum Medicinale - A modern herbal of medicinal plants. Auteur: Catherine Whitlock (uitgegeven door MIT Press, herfst 2020). Omvang: 224 blz.

Het volgende is niet echt een boekbespreking, maar meer een reeks observaties en overwegingen.

In Botanicum Medicinale is de stand van het wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskrachtige werkzaamheid van een honderdtal kruiden terug te vinden t/m het jaar 2020.

De uitgave weerspiegelt het internationale karakter van de totstandkoming van het boek. Auteur: de Engelse wetenschapsjournaliste Catherine Whitlock. Uitgever: MIT Press, Cambridge, Massachusets (USA). Gedrukt in: China. Illustraties: kleurenartwork van diverse kunstenaars, voor meer dan de helft betrokken uit het ‘public domain’.

Het boek is voornamelijk opgebouwd uit ‘spreads’, een linker- en rechterpagina, waarop een plant wordt beschreven. Op deze wijze zijn 100 kruiden (planten, heesters, bomen) behandeld. Enkele kruiden krijgen een extra ‘spread’. Zie voor een lijst van de beschreven kruiden elders op deze site.

Op de linkerpagina’s staat een afbeelding van de besproken plant, met daarbij vermeld de indicaties (key uses) en soms nog wat beknopte informatie mbt de genoemde soort. 

Op de rechterpagina’s: botanische informatie (classification, habitat), gebruikte deel van de plant, oogsten (harvesting), toepassing (medical use), waarbij vaak wordt ingegaan op het meest werkzame bestanddeel van de plant, met verwijzing naar recente onderzoeksgegevens. In de rechterbovenhoek telkens een interessant weetje of extra informatie. Onderin steevast een tekstje waarin wordt gewezen op de risico’s van de plant (cautionary notes).

Opvallend is dat in de plantbeschrijvingen geen volledig overzicht wordt gegegven van de voornaamste inhoudsstoffen, maar vrijwel alleen wordt ingegaan op de meest werkzame plantenstof (wel op basis van het meest recente onderzoek). In een inleidend hoofdstukje worden wel een aantal belangrijke groepen van inhoudsstoffen kort beschreven: flavonoïden, alkaloïden, glycosiden. Deze behoren tot de stoffen met een sterke werking, planten met deze stoffen dienen dan ook op voorschrift van een arts te worden toegepast. Denk aan de hartglycosiden (Digitalis: digoxine), of de alkaloïden in Papaver (morfine, codeïne en andere derivaten).

Die tekstjes ‘cautionary notes’ vormen een niet onbelangrijk onderdeel van het boek. Alle 100 besproken planten hebben op een of ander manier wel een schaduwzijde, en daar wordt op geattendeerd. Hieruit zou men ook kunnen concluderen dat Botanicum Medicinale weliswaar een interessant, informatief boek is, maar niet in de eerste plaats geschikt voor de doe-het-zelf-kruidenvrouw/man. Nog al wat planten worden belicht vanuit het laboratoriumonderzoek, waar men kijkt of een bepaalde plantenstof wellicht een heilzame toepassing heeft voor hart- en vaatziekten, kanker en andere kwalen. Onder de behandelde planten vindt men enkele bekende als tijm, rozemarijn, salie, sint-janskruid, valeriaan, kamille, brandnetel, maar de meeste zijn uitheems en behoorlijk internationaal.

Zoals reeds aangestipt, met elke plant moet men enige voorzichtigheid betrachten: oppassen voor overdadig gebruik, oppassen wanneer andere medicatie wordt gebruikt, oppassen ivm de giftigheid van de plant, of oppassen wanneer een vrouw zwanger is of borstvoeding geeft.

Om dit aspect toe te lichten volgen hierna enkele categorieën, waarvoor expliciet tegen het gebruik van een kruid wordt gewaarschuwd. Curieus hierbij is dat er weliswaar onderscheid wordt gemaakt tussen vrouwen en mannen, namelijk als de vrouw zwanger is of borstvoeding geeft, maar nooit in het algemeen. Dit is niet iets specifieks voor de kruidengeneeskunde, maar geldt evenzeer voor de reguliere geneeskunde. Pas de laatste jaren wordt er in de reguliere geneeskunde meer rekening gehouden met de verschillen tussen mannen en vrouwen (bijvoorbeeld ivm hart- en vaatziekten)!

Om met de vrouw te beginnen, bij 13 kruiden wordt expliciet gewaarschuwd tegen het gebruik ervan als een vrouw zwanger is of zoogt:

Actaea racemosa, Andrographis paniculata, Berberis vulgaris, Carica papaya, Convallaria majalis, Ephedra sinica, Harpagophytum procumbens, Hydrastis canadensis, Petroselinum crispum, Salvia officinalis, Serenoa repens, Tabebuia impetiginosa, Withania somnifera.

Ivm met voorgeschreven bloedverdunners oppassen met (9x):

Aesculus hippocastanum, Allium sativum, Cinchona ledgeriana, Gaultheria procumbens, Ginkgo biloba, Lycium barbarum, Tabebuia impetiginosa, Vaccinium macrocarpon, Zingiber officinale.

Kijk uit voor (4x) een vervelende allergische reactie bij gebruik van:

Aloe vera, Ammi-soorten, Brassica nigra, Centella asiatica.

Maar liefst 27x wordt een consult met een arts aanbevolen alvorens tot gebruik over te gaan:

Adonis vernalis, Aloe vera, Areca catechu, Arnica montana, Camptotheca accuminata, Cannabis sativa, Catharantus roseus, Colchicum autumnale, Convallaria majalis, Cytisus scoparius, Digitalis lanata en Digitalis purpurea, Ephedra sinica, Gossypium hirsutum, Lobelia inflata, Papaver somniferum, Pausinystalia yohimbe, Pilocarpus microphyllus, Piper nigrum, Rauvolfia serpentina, Sanguinaria canadensis, Stephania rotunda en Stephania tetrandra, Tabebuia impetiginosa, Taxus baccata en Taxus brevifolia.

Een waarschuwing ivm ernstige giftigheid (8x):

Artemisia absinthium, Atropa belladonna, Datura stramonium, Erythroxylum coca, Physostigma venenosum, Podophyllum peltatum, Vinca minor en Vinca major.

Hoe het boek is opgebouwd? Zoals gezegd, er worden 100 planten besproken, elk plant krijgt een ‘spread’ van 2 pagina’s. Vijf planten (Allium, Cannabis, Curcuma, Papaver, Taxus) krijgen een extra ‘spread’ toebedeeld.
Voorin: een inleiding (2 blz.), beknopt historsch overzicht (3 blz.), hoofdstukje over inhoudsstoffen (2 blz.), modern onderzoek (2 blz.), gebruikswijze, uitleg over de opzet van de spreads (2 blz.).
Achterin: overzicht van kwalen en te gebruiken kruiden (5 blz.), woordenlijst (3 blz.), register (4 blz.).

Elke kruidenbeschrijving is verlucht met een kleurenillustratie (getekend, door een verscheidenheid van kunstenaars) en in veel gevallen de structuurformule van de voornaamste plantenstof.

Ontbrekend in het zeer uitgebreide lexicon van Geert Verhelst (Groot handboek geneeskrachtige planten, zie een bespreking hiervan op https://plantaardigheden.nl/meer_info/boeken/toepassing/verhelst.htm , maar wel behandeld in Botanicum Medicinale:

Areca catechu (betelpalm), Camptotheca accuminata (kankerboom of ‘happy tree’), Catharanthus roseus (roze maagdenpalm), Claviceps purpurea (moederkoren), Ephedra sinica (Ephedra, Ma Huang), Erythroxylum coca (Coca), Gossypium hirsutum (behaarde katoen), Lycoris squamigera (spinlelie), Mucuna pruriens (fluweelboon of jeukboon), Physostigma venenosum (calabarboon), Pisonia grandis (‘slaboom’), Salvia hispanica (chia), Simarouba glauca (‘paradijsboom’), Stephania rotunda (‘kroonkruid’) en Stephania tetrandra (Han Fang Ji, dwz Chinese fang ji).

Tot slot een paar ‘weetjes’, die fungeren als smaakmakers naast de veelal goed gedocumenteerde hoofdtekst.

Bij rozemarijn -

(Eerst maar even gemeld dat de botanische naam recentelijk (2017) is gewijzigd in Salvia rosmarinus (oude naam, nu als synoniem gebruikt: Rosmarinus officinalis). Dit op grond van DNA-onderzoek, waaruit is gebleken dat rozemarijn tot het geslacht Salvia behoort. In de toekomst zal de plant daarom misschien wel rozemarijnsalie gaan heten. Het heilige kruid (herba sacra) van de Romeinen, waarvan de School van Salerno, de oudste medische school in het christelijke Europa, sinds de 9e eeuw, vele eeuwen later beweerde dat we met salie in de tuin het eeuwige leven hebben (Cur moriatur homo cui salvia crescit in horto?), moet nu dus zijn alleenrecht van onsterfelijk makend kruid delen met rozemarijn. Ook weer niet zo gek, want rozemarijn is inderdaad ook een krachtige medicinale plant.)

In Botanicum Medicinale is opgetekend: R. officinalis (nu dus: S. rosmarinus) bevat tientallen werkzame bestanddelen die grosso modo thuis horen in de groep van de fenolen, di- en triterpenen, en vluchtige oliën.
Elk jaar worden ten minste 100 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd die gedetailleerd ingaan op de chemische, biologische en therapeutische eigenschappen van deze bestanddelen - te veel om hier op te noemen. Een voorbeeld is rozemarijnzuur, dat remmend werkt op het ontstaan van ontstekingsmoleculen en helpt de luchtwegen open te houden bij astma.

Bij Camellia sinensis (thee)  ‘Kleurcodes’ van thee:

Alle theeën zijn afkomstig van dezelfde plant, Camellia sinensis. De verschillende kleuren en namen zijn terug te voeren op welke bladeren worden geoogst en de manier waarop ze verder worden behandeld.

Er zijn vijf hoofdtypen: zwart, groen, oolong, wit en pu-erh, waarvan zwarte en groene thee het meest in de theekopjes over de gehele wereld terechtkomen. Zwarte thee wordt het meest in de westerse wereld gedronken (tot 85%). Deze soort is geheel geoxideerd en heeft karakteristiek een hoger caffeïnegehalte dan andere theesoorten, maar slechts de helft van wat er in koffie wordt gevonden. Groene thee is niet geoxideerd: door de bladeren meteen na het oogsten te verhitten, worden de enzymen die oxidatie veroorzaken vernietigd, waardoor de antioxidante polyfenolen, die in verband worden gebracht met de heilzame werking van deze thee, behouden blijven.

En dan zijn er ‘non-thee’ theeën.

Dit zijn in werkelijkheid infusies of tisanes. Deze kunnen worden getrokken van bloemen (bijv. kamille), vruchten of specerijen (citroen, gember) of van het blad van andere planten dan C. sinensis. Zo wordt yerba mate gemaakt van de Zuid-Amerikaanse Ilex paraguariensis (matéplant), het drankje lijkt veel op koffie gemaakt van Coffea arabica en bevat caffeïne. Daarentegen is rooibosthee, gemaakt van Aspalathus linearis, caffeïnevrij.

Bij Lycium barbarum (gojibes) -

Gojibessen zijn heel voedzasam. De verse vruchten bevatten hoge concentraties antioxidanten en vitamine A en C. Zowel verse als gedroogde bessen bevatten alle negen essentiële aminozuren - de bouwstenen van de eiwitten (waarvan er 20 in totaal zijn), die van vitaal belang zijn voor een goede gezondheid. En gojibessen bevatten tienmaal meer eiwitten dan blauwe bessen (Vaccinium corymbosum).

Bij Andrographis paniculata (kalmegh of Indiase gentiaan) -

Griepplant? De Indiase gentiaan is erom bekend dat hij het immuunsysteem kan stimuleren, waardoor het beter in staat is zich te weren tegen infecties, met name virusinfecties. Hij wordt veelvuldig gebruikt om de ‘gewone’ verkoudheid en griep te voorkomen en te behandelen, en naar verluidt stopte de plant de massale sterfte op het Indiase continent als gevolg van de pandemie (Spaanse griep) van 1918, maar dit is vooralsnog een onbewezen claim.

[Zouden wetenschappers thans onderzoeken in hoeverre deze plant iets kan betekenen voor het bestrijden van het coronavirus? Dit past weliswaar niet zo goed in de wereldwijde consensus - consensus? - die immers via de WHO verordonneerd heeft gekregen dat covid 19 alleen door de zogenaamde vaccins, die geen echte vaccins zijn maar gentherapie, bedwongen kan worden, waardoor effectief gebleken medicijnen worden onderdrukt en zelfs verboden. In hetzelfde India waar in de vorige eeuw misschien successen werden geboekt met Andrographis, werd thans in veel gevallen covid 19 succesvol bestreden met het medicijn ivermectine, dat in veel andere landen niet is toegestaan.]

En zo wordt er bij elke kruidenbeschrijving wel iets interessants vermeld. Al met al: het aantal behandelde kruiden is niet zeer groot, maar de informatie bij elke plant is gedegen, zoveel mogelijk gestaafd door wetenschappelijk onderzoek en de ‘claims’ zijn dan ook evidence based. Het is echter geen dorre opsomming van feiten. De tekst is to the point en tegelijk onderhoudend, je kunt er veel van opsteken, ook van planten die (nog) weinig bekend zijn. Het zou me niets verbazen als dit boek in de toekomst in een Nederlandse vertaling zal verschijnen. Het behoort zeker tot de betere, aardige kruidenboeken.

Rob van der Hoeden,

1 juni 2021

 

 

 

 

 

 

Index

Recensie - Beschriijving, observaties en overwegingen

Nederlandse namen eerst

Botanische namen eerst

English names first